
Definitief geen streep door mrb-verhoging: Tweede Kamer verwerpt motie kwarttarief
De verdubbeling van de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor campers per 1 januari 2026 is nu écht definitief. Hoewel het besluit om het kwarttarief af te schaffen al eind 2023 werd genomen, gloorde er onlangs nog een sprankje hoop op een politieke U-bocht. Die hoop is op 12 mei definitief de bodem ingeslagen: de Tweede Kamer stemde in een hoofdelijke stemming tegen een motie van de leden Dekker (FVD) en Van Dijck (PVV) om de verhoging terug te draaien. Met 55 stemmen voor en 91 stemmen tegen blijft de ingezette koers ongewijzigd.
De harde cijfers: hoe verandert de mrb voor campers in 2026?
Sinds jaar en dag betaalden camperbezitters een kwarttarief (25%) van de normale motorrijtuigenbelasting. De nieuwe regels voor de mrb voor campers in 2026 betekenden echter een forse streep door die korting. Dit tarief was destijds in het leven geroepen omdat campers het wegennet relatief weinig belasten; gemiddeld rijden ze immers maar zo’n 4.000 tot 5.000 kilometer per jaar, grotendeels in het buitenland.
Vanaf begin dit jaar is dit omgezet naar een halftarief (50%). Voor een gemiddelde camper (massa rijklaar tussen de 2.800 en 3.500 kg, vaak op diesel) betekent dit al snel een stijging van honderden euro’s per jaar extra aan vaste lasten.
Waarom stemde de Kamer tegen?
De discussie in de Tweede Kamer ging de afgelopen maanden vooral over dekkingsrisico’s en de verduurzaming van het wagenpark. De argumenten van de tegenstanders van de motie (waaronder de coalitiepartijen en diverse oppositiepartijen) laten zich als volgt samenvatten:
Gat in de begroting: Het terugdraaien van de verhoging kost de schatkist tientallen miljoenen euro’s per jaar. In tijden van budgettaire krapte kreeg het dichten van dit gat prioriteit.
Milieu-impact: Het merendeel van het Nederlandse camperpark rijdt op diesel. De politieke trend is al langer om het bezit en gebruik van oudere diesels zwaarder te belasten om verduurzaming te stimuleren.
Gelijktrekking: Er is binnen de politiek een bredere beweging om ‘subsidies’ en uitzonderingsposities in de autobelastingen af te bouwen.
Wat zijn de gevolgen voor de sector?
Dat deze maatregel impact heeft op de portemonnee van de camperaar staat vast. Maar de effecten rimpelen verder door in de recreatiesector:
Toename in schorsingen: Veel camperbezitters kiezen er nu al voor om hun voertuig direct na de vakantie online te schorsen bij de RDW. Dit bespaart mrb voor de maanden dat de camper in de stalling staat, al mis je daardoor wel de flexibiliteit om spontaan een weekendje weg te gaan.
Druk op binnenlands toerisme: Als de vaste lasten in Nederland stijgen en de dieselprijzen hoog blijven, heroverwegen consumenten hun vakantiegedrag. Dit kan direct gevolgen hebben voor de bezettingsgraad van Nederlandse campings en camperplaatsen, die de afgelopen jaren juist profiteerden van de camperboom.
Verschuiving op de occasionmarkt: De vraag naar zwaardere (diesel)campers kan onder druk komen te staan, terwijl compactere buscampers of benzinevarianten mogelijk interessanter worden voor de Nederlandse markt.
Wat kost het echt? Een rekenvoorbeeld
Om de impact van de maatregel duidelijk te maken, nemen we een veelvoorkomend type camper als uitgangspunt: een dieselmodel met een leeggewicht (massa ledig voertuig) van 2.950 kilo, geregistreerd in de provincie Zuid-Holland.
In de vorige situatie (het kwarttarief) betaalde je voor dit gewicht € 293,- per kwartaal (ca. € 1.172,- per jaar). Vanaf 1 januari 2026 werd dit omgezet naar het halftarief.
De nieuwe kosten vanaf 2026:
Per kwartaal: € 586,-
Per jaar: € 2.344,-
Dit betekent onderaan de streep een netto stijging van exact € 293,- extra per kwartaal (ofwel € 1.172,- extra per jaar) aan vaste lasten.
Let op: De fijnstoftoeslag (‘roettax’) voor oudere campers
Bovenop dit basistarief kan er nog een fijnstoftoeslag (in de volksmond roettax) bijkomen. Deze toeslag bedraagt een vaste verhoging van 15% op de verschuldigde motorrijtuigenbelasting.
Wanneer van toepassing? De toeslag geldt voor dieselcampers die meer dan 5 mg/km fijnstof uitstoten of waarvan het roetfilter is verwijderd.
De datumgrens: Is de uitstoot niet officieel vastgelegd in het kentekenregister van de RDW? Dan geldt de toeslag automatisch voor álle dieselcampers met een datum eerste toelating vóór 1 september 2009.
Wat betekent dit voor de berekening vanaf 2026?
Mocht de dieselcamper uit ons voorbeeld van vóór 1 september 2009 zijn en onder de regeling vallen, dan stijgt de fijnstoftoeslag evenredig mee met het basistarief:
Fijnstoftoeslag bij kwarttarief: € 42,47 per kwartaal (€ 169,87 gedeeld door 4).
Fijnstoftoeslag bij halftarief (vanaf 2026): € 84,94 per kwartaal (€ 169,87 gedeeld door 2).
Inclusief deze toeslag stijgen de totale kwartaalkosten voor deze specifieke oudere dieselcamper in Zuid-Holland dus van € 335 naar € 671 per kwartaal.
Hoe nu verder?
Belangenbehartiger NKC heeft al laten weten de handdoek niet in de ring te gooien. De focus verschuift nu naar de grotere hervorming van de autobelastingen die op de rol staat voor de komende jaren (waaronder de introductie van betalen naar gebruik). De inzet blijft om daar een ‘eerlijk tarief’ voor recreatief voertuiggebruik te bedingen.
Foutje gezien?
Foutje gezien? Mail ons. Dat stellen we zeer op prijs!